|
||||||||||||||||
| 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | 9 | 10 | 11 | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
|
ALEX DEN OUDEN |
|
(min.) |
Oude techniek en werktuigbouw, industriële geschiedenis en archeologie |
Historical engineering and technology, industrial archaeology and history |
|---|---|---|
| © AdO 1998 ... 2004 | ||
|
Eén stap terug ... |
One step back ... |
Na 1700 voldeden de "klassieke" energiebronnen (mens-, dier-, wind- en waterkracht) niet langer aan de eisen van de nijverheid. Ze waren te kleinschalig en onbetrouwbaar. De wind varieerde te veel; waterkracht was zelden op de gewenste plaats beschikbaar. Krachtoverbrenging, bijvoorbeeld met "stangenkunsten" was dan onmisbaar; doch hoogst inefficiënt.
Men zocht dus naar krachtbronnen die betrouwbaar energie konden opwekken, daar waar deze nodig was. Met steenkool en stoommachines konden voorheen ongekende hoeveelheden energie worden gegenereerd. Water werd in ketels omgezet tot stoom onder druk. Deze bracht bij expansie in stoommachines de werktuigen van een fabriekje in beweging. Andere brandstoffen waren olie en gas. Verbrandingsmotoren konden uit deze brandstoffen de chemisch gebonden energie bevrijden. Overigens liepen de eerste gasmotoren niet op natuurlijk voorkomend (aard-)gas, maar op zogenaamd "lichtgas", dat in speciale gasfabrieken uit steenkool werd gemaakt. Dit was oorspronkelijk bedoeld voor verlichtingsdoeleinden. Men is pas veel later op aardgas overgegaan.
Vooral naar vloeibare brandstoffen ontstond veel vraag. Olie/benzinemotoren zijn qua constructie eenvoudig. En - minstens zo belangrijk - er zijn géén zware en dure ketels nodig. Bovendien kun je een motor op vloeibare brandstof volledig mobiel bouwen. Er is geen gas- of stoomleiding die de motor als met een navelstreng verbindt met een of ander vast punt. Hoogst aangenaam voor transport-toepassingen!
Het boven al aangestipte probleem van krachtoverbrenging bleek bij motoren en stoommachines onverminderd van belang. Ze werkten alleen efficient als ze gróót waren. Daarom was gedecentraliseerde energie-opwekking onverstandig. Natuurlijk veroorzaakte het distributie-systeem op zijn beurt weer flinke verliezen. Pas met de introductie van elektriciteit kon dit probleem op elegante wijze worden opgelost.
En zo kwam één van de oudste energiebronnen - water - opnieuw in gebruik, als "witte steenkool". Daar waar onvoldoende waterkracht beschikbaar was, werden met zwarte steenkool gestookte elektrische centrales neergezet.Steenkool werd in de meeste centrales verdrongen door - in eerste instantie - stookolie, en - later - aardgas.
|
1990 |
50 pagina's met 34 illustraties |
A5-formaat |
paperback |
€ 5.00 |