| Nederlands |  | |  | This page is only available in Dutch |
|
|
|
1
|
2
|
3
|
4
|
5
|
6
|
7
|
8
|
9
|
10
|
11
|
|
ALEX DEN OUDEN
EINDHOVEN - NEDERLAND
|
1024×768 (min.)
|
Oude techniek en werktuigbouw,
industriële geschiedenis en archeologie
|
Historical engineering and technology,
industrial archaeology and history
|
| © AdO 1998 ... 2004
|
|
De Donge-spoorbrug bij Geertruidenberg op de Rijksmonumentenlijst!
|
Conclusies en aanbevelingen
Of misschien beter, éérst de belangrijkste aanbeveling ....
De Donge-spoorbrug bij Geertruidenberg dient beslist op de Rijksmonumentenlijst te worden geplaatst. Dit is een onvervangbaar en opvallend interessant techniek-historisch monument. Hij is volledig representatief voor de jaren 1880. Zijn waarde wordt nog in aanmerkelijke mate verhoogd door het feit dat hij niet door moderniseringen en verzwaringen is aangepast aan de eisen van de moderne tijd. We zien hier een authentiek stuk ingenieurskunst (in het ontwerp) en Nederlands vakmanschap (in de uitvoering).
Dan de tweede aanbeveling ....
Of de Donge-spoorbrug nu uiteindelijk wél of niet op de Rijksmonumentenlijst komt, of hij behouden kan blijven of niet - in ieder geval zou mijn huidige rapport moeten worden uitgewerkt tot een volwaardige documentatie. Ik denk daarbij aan een documentatie overeenkomstig mijn in 1996 in opdracht van Provinciale Waterstaat Noord-Brabant opgestelde: "De Prinslandse Brug over de Rivier de Mark en Dintel ....".
Deze twee aanbevelingen zijn gebaseerd op een aantal conclusies die we kunnen trekken uit het materiaal dat ik in de Hoofdstukken A tot en met E heb geprenteerd. Welke conclusies zijn dat?
Uit de beschrijvingen in Hoofdstuk A
- De Langstraatspoorweg (Halve Zolenlijn) was een
spoorlijn van regionaal belang, die in belangrijke mate bijdroeg aan de
ontsluiting en ontwikkeling van de Langstraat.
- Hergebruik van het tracé en de bruggen daarin als
fietsroute is bijzonder succesvol gebleken.
- De Donge-spoorbrug bij Geertruidenberg wordt momenteel
bedreigd.
- Een sterke locale initiatiefgroep - Stichting BOEG -
zet zich in voor (1) plaatsing op de Rijksmonumentenlijst en (2) de
ontwikkeling van een functioneel toekomstperspectief voor de brug. Uit
intensieve contacten met de gemeente Geertruidenberg blijkt dat deze (onder
zekere randvoorwaarden) positief adviseert omtrent de plaatsing van de brug op
de Rijksmonumentenlijst. Uit intensieve contacten met de Provincie
Noord-Brabant blijkt dat deze zonder voorbehoud positief adviseert omtrent
plaatsing van de brug op de Rijksmonumentenlijst.
- De Halve Zolenlijn - en dus ook de Donge-spoorbrug - is
gedurende vrijwel heel z'n leven weinig intensief bereden. Alleen in het
tijdvak 1890-1893 reden er zware kolentreinen in dag- én nachtdienst. Dat
gebeurde voor korte tijd ook in 1940. Dit betekent dat de kunstwerken in de
lijn - en dus ook de Donge-spoorbrug - vrijwel altijd licht belast zijn
geweest. Ze hoefden ook nooit te worden aangepast aan de toenemende eisen van
een steeds zwaarder en intensiever spoorverkeer.
- De Donge-spoorbrug is een merkwaardig geval: een
dubbelsporige draaibrug (waarvan maar één spoor werkelijk gebruikt werd) in een
verder volkomen enkelsporige lijn. Ten tijde van het ontwerp had men goede
redenen om tot deze vorm te komen.
- Er is een grondige en uiterst gedetailleerde
contemporaine beschrijving van de Donge-spoorbrug beschikbaar in de vorm van de
originele Bestekken voor onder- en bovenbouw.
- De onderbouw dateert uit de periode 1882-1884; de
bovenbouw uit de periode 1885-1886. De bovenbouw werd gegund aan Kloos (Kinderdijk).
- In 1944 werden de twee vaste overspanningen van de
Donge-spoorbrug opgeblazen. De draaibrug bleef gespaard. In 1946 was de schade
hersteld.
- Vanaf 1950 werd de draaibrug niet meer bediend en stond
normaliter altijd open. Effectief is de brug dus in 1950 buiten gebruik
gesteld.
- In 1972 werd na een aanvaring van de draaibrugpijler
gemeld, dat de brug ontzet was. Er is toen geen herstelwerk verricht.
- Tussen 1963 en 1979 is de oostelijke van de twee vaste
aanbruggen verwijderd. Het is (nog) onbekend waar de weggenomen brug is gebleven.
Uit de beschrijvingen in de Hoofdstukken B-1 tot en met B-4
- Bij een zorgvuldige technische bestudering van de
constructie van de Donge-spoorbrug heb ik vastgesteld, dat de Donge-spoorbrug
opvallend interessant is vanuit techniekhistorisch gezichtspunt. De redenen daarvoor
laten zich als volgt samenvatten:
- Voor beide bruggen geldt:
- De geklonken constructie is karakteristiek voor de
spoorbruggenbouw vóór 1945. De eerste gelaste verkeersbruggen komen weliswaar
midden jaren 1930; maar in de bouw van (grotere) spoorbruggen wordt het lassen
pas na 1945 geďntroduceerd.
- De opbouw uit plaat en licht hoekijzer is
karakteristiek voor de periode vóór 1910. Daarna komen de zware I-balken en
breedflensbalken (Grey-liggers) ook in de bruggenbouw in gebruik.
- De voor ons gevoel opvallend brede platen en strippen
in de eerste diagonalen en de omzoming met hoekijzers zijn karakteristiek voor
de bouw in welijzer. Vloeiijzer (zacht constructiestaal) is sterker dan
welijzer. Het werd in de bruggenbouw omstreeks 1890 geďntroduceerd. De brede platen
en strippen, de grote schetsplaten en de verstijvings-hoekijzers zoals die in
de Donge-spoorbrug voorkomen, zijn in zeer sterke mate bepalend voor het beeld
van de brug, in het bijzonder voor de transparantie van het (zij)aanzicht.
- De grote hoeveelheid componenten van relatief kleine
afmetingen is representatief voor de jaren 1880. De toeleveranciers konden geen
heel grote platen en heel lange hoekijzers leveren; de constructiewerkplaatsen
hadden ook niet de machines gehad om dergelijk groot materiaal te verwerken.
- Het ontwerp van de Donge-spoorbrug is zelfs voor die
tijd conservatief te noemen.
- Al met al is de onderhavige spoorbrug een zeer fraaie
en volledig representatieve constructie voor de jaren 1880. Zijn waarde wordt
in aanmerkelijke mate verhoogd door het feit dat hij niet door moderniseringen
en verzwaringen is aangepast aan de eisen van de moderne tijd. We zien hier een
authentiek stuk ingenieurskunst (in het ontwerp) en Nederlands vakmanschap (in
de uitvoering).
- De Donge-spoorbrug is niet het enige mooie en
representatieve voorbeeld van laat-19e eeuwse technologie dat de Halve
Zolenlijn heeft opgeleverd. De andere Halve Zolenlijn bruggen (Moerputten en
Baardwijksche Overlaat) voldoen óók aan dergelijke criteria - maar die bruggen
hebben géén draaibrug en ze zijn welgeteld 16,5 meter lang. De Donge-spoorbrug
heeft een vaste brug van bijna 31 meter én een draaibrug van bijna
35 meter ….
Uit de beschrijvingen in Hoofdstuk C
- Eén van de twee identieke vaste aanbruggen ontbreekt.
- Van de overgebleven vaste aanbrug is de houten vloer
geheel verdwenen. De ijzerconstructie is compleet.
- Van de draaibrug is het originele houten brugdek geheel
verdwenen. Ook het noordelijk spoor ontbreekt. De ijzerconstructie is compleet.
- De zwengels en de deksels van de lierwerken voor het
draaien van de brug zijn verdwenen. Voor de rest is alles wat voor het openen
en sluiten van de brug nodig is, compleet, zowel op de draaibrug als op pijler II,
het remmingswerk en het oostelijke landhoofd.
- Op het westelijke landhoofd zijn de hardstenen
afdekplaten op het bovenvlak van de keermuur en de dito lijst verdwenen.
- Pijler I en II zijn compleet.
- Het oostelijke landhoofd is aan de noordzijde, bij de
aansluiting van de nieuwe verkeersbrug, aangepast. De wijzigingen zijn
irrelevant voor de spoorbrug.
Uit de beschrijvingen in Hoofdstuk D
- Voor de conservering van de brug tijdens en direct na
de bouw is ijzermenie gebruikt. Ook voor de laatste verfbeurt werd ijzermenie
gebruikt. Het is (nog) onbekend (maar eenvoudig vast te stellen) welke
conserveringsmethode gevolgd is bij (eventueel) onderhoud tussen de genoemde twee
tijdstippen.
- Al het ijzerwerk is in 1954 voor het laatst (grondig)
geschilderd.
- De in 1954 aangebrachte conservering is (na vijftig
jaar, mag het misschien?) over het eind van de levensduur. Er vallen dunne
plekken in; verder zijn er op de verticale vlakken ernstige afbladderingen.
- De qua onderhoud typische zwakke punten van een
ijzerconstructie anno eind 19e eeuw zijn hier in optima forma te
vinden.
- Aan de onderranden van de vaste aanbrug en de draaibrug
is herstelwerk nodig wegens voortschrijdende vertering van het ijzer door
roest.
- Een spoedige herconservering (gecombineerd met enig
herstelwerk) is duidelijk geďndiceerd.
- Aan het westelijke landhoofd is enig voegwerk nodig. De
situatie op het bovenvlak (de dekplaten werden ooit vervangen door knoeierig
metselwerk) moet worden gerepareerd. De wilde begroeiing moet worden gerooid en
verder onderhouden worden.
- Pijler I vergt niet veel werk. Enkele reparaties
van afpellend metselwerk nabij de waterlijn; het uitkrabben, schoonmaken en
vernieuwen van de voegspecie tussen de hardstenen dekplaten; begroeiing en
bemossing verwijderen; wellicht ook de bovenvlakken van de pijlertoppen tegen
verdere erosie beschermen.
- Pijler II is er na een aanvaring tamelijk slecht
aan toe. Hier zijn wel wat serieuze (water) bouwkundige reparaties
voorgeschreven. Positiecontrole; enkele grote en diepe scheuren in het
metselwerk repareren; trekstangen door de pijler om deze te consolideren;
herstel van de afgepelde metsellaag aan de noordzijde nabij de waterlijn;
opnieuw positioneren en vastgieten van de dekplaten op de pijlertoppen (na
reparatie van het onderliggend metselwerk).
- De draaipijler kan - wanneer dat wenselijk wordt geacht
uit esthetische overwegingen - op de twee afgeschuurde facetten worden
hersteld. Ook aan de twee hardstenen dekplaten ter plaatse is dan reparatie
nodig. Nodig is dit alles niet, de pijler is kerngezond.
- Het oostelijke landhoofd vraagt weinig herstelwerk. Wat
dekplaten rechtleggen; een hoek repareren; en niet te vergeten, al die doornige
begroeiing rooien en verder onderhouden ....
Uit de beschrijvingen in Hoofdstuk E
- Zolang de Donge-spoorbrug niet wordt
ge(her)conserveerd, zal de conditie achteruit blijven gaan.
- Gezien de toestand waarin de brug op dit moment
verkeert, zal verdere achteruitgang steeds sneller verlopen.
- Nu is het noodzakelijk herstelwerk nog beperkt en zijn
de kosten daarvan beheersbaar.
- Zo lang wordt toegestaan dat de conditie van de brug
verder verslechtert, zullen de te maken kosten stijgen.
- De naar mijn inzicht beste conserveringsmethode is:
- De bruggen met een bok lichten
- Varend overbrengen naar een der nabije constructiewerkplaatsen
- Aldaar mechanisch in orde brengen (reparaties aan de
onderranden en het bewegend werk)
- Aldaar in de straalloods en conserveringsloods
behandelen
- Varend terugbrengen
- Met een bok op hun plaats leggen
- Stellen, testen en afleveren
- De draaibrug kan (ook zonder modificaties) na c.q.
tijdens conservering wederom gangbaar worden gemaakt. Met andere woorden,
weer worden geopend en gesloten. De huidige conditie laat dat toe.
- Wordt een meer dan incidenteel of sporadisch
(her)gebruik overwogen, dan is het beter enkele werktuigbouwkundige
voorzieningen te treffen (hoofdlagering, aandrijving, vergrendeling, opzetten).
- Een dergelijke renovatie is gezien het kostenaspect,
alleen mogelijk tijdens het conserveren.
- Wordt besloten tot een dergelijke renovatie, dan dient
de aangetroffen toestand eerst zorgvuldig te worden gedocumenteerd in foto's, opmetingen
en tekeningen, al dan niet in samenwerking met het bedrijf dat de renovatie zal
uitvoeren. Ook zullen gedemonteerde originele onderdelen bewaard moeten blijven
en (eventueel) gebruikt worden voor een kleine show-opstelling.